woensdag 26 juni 2013

Selluf doen

'Nee! Ik selluf doehoen!'

Mijn dochter is 2 (eneenhalf) en roept dat te pas en te onpas. Ze wil 'allus selluf' doen. Haar schoenen aan- en uitdoen (lukt). Haar rits dichtdoen (lukt niet). Haar zusje van 8 maanden een fruithapje geven (nee... is geprobeerd, geen succes). Autorijden (niet geprobeerd).

Selluf doen is op dit moment in huize Hoekstra een hot item. Wij willen alles selluf doen!

Dat dat soms hier en daar wat tegenvalt, sja, dat maakt niet uit. Die rits komt vast. Die schoenen gaan uit. En dat boek, dat komt er ook.

Self Pubben is in opkomst. Vooral vanuit de VS. Er zijn tal van voorbeelden te noemen, succesvolle voorbeelden. Daar schreef ik eens een blog over, kun je lezen op mijn site. Het is echt niet alleen van de laatste jaren, dat zelf uitgeven. Vroeguh gebeurde het ook al, Beatrix Potter gaf haar boeken over Peter Rabbit zelf uit.

Ik kom uit de uitgeverswereld en geef zelf non-fictieboeken uit (meer te lezen op de site). Waarom dan ook niet dat fictieboek? Volgens Ronald Giphart (van wie wij via Schrijflab058 een super gave workshop hadden) wordt maar 0,03 procent van alle manuscripten uit de slushpile gehaald en komt zo tot publicatie. Dat betekent een heul heul heul kleine kans. "Alleen postNL wordt beter van het insturen van een manuscript," aldus R.G.

Een gemiddelde reactie van een uitgeverij duurt 3 - 6 maanden. Sommige horrorverhalen spreken over een 'bedankt-maar-niet-tot-ziensafwijzing' die wel een jaar op zich liet wachten. En sommige schrijvers horen gewoon niets.

Dan heb je nog de verhalen van de zesendertig afwijzingen. Van schrijvers die een muur kunnen behangen met de slogan: Past niet in ons fonds.

Ik ben laf. Ik ben een schijterd.
En ik ken mezelf. Afwijzing 1 lach ik nog wel weg. Afwijzing 2 wordt moeilijke. Tegelijk met afwijzing zesendertig smijt ik mijn laptop in de container en schrijf ik nooit meer iets. Met als gevolg dat ik of explodeer, of implodeer, of dat je me kunt opzoeken bij de PAAZ-afdeling terwijl ik gesprekken voer met de personages die in mijn hoofd leven.

'Doe je jezelf niet te kort met het zelf uitgeven?' vroeg een proeflezer me. Ze vond het verhaal goed. Ik ook. Maar er zijn duizenden en duizenden goede verhalen die nooit verder komen dan de slushpile.

Ik wil dat mijn verhalen gelezen worden.
En als je zelf kunt uitgeven, waarom dat dan niet proberen?
En als Dodenweg een succes wordt, dan komt die uitgever vast vanzelf, toch?

Het is lastig. Uitzoeken welk platform je kiest (er zijn er super veel, net weer een nieuwe: Brave New Books), een cover (laten) ontwerpen, nog altijd spelfouten tegenkomen, zelfs in versie twaalf. Nou ja, ik zal je niet vermoeien met de details en twijfels. Want ja, hoewel ik voor het selluf doehoen heb gekozen, twijfel ik wel nog. Is dit de goede keus? Wat als niemand Dodenweg gaat lezen omdat ze denken: kan nooit iets zijn, want zelf uitgegeven. Wat als die uitgever zich niet meldt? Wat als iedereen het total crap vindt?

Nou ja... Dat dus.
Dodenweg gaat er komen. Op 21 juli.
Helemaal Selluf gedaan! Met een beetje hulp, hier en daar.
Lees het dankwoord maar, ik geloof dat daar ook ene Ellen de Ruiter in vermeld wordt.

En nu, op naar boek II.
Over een nieuw boek gesproken, Ellen, hoe gaat het met de Moordclub?

woensdag 19 juni 2013

Onthulling van DE cover

Ellen,

ik ben sprakeloos! Een langere blog over self pubbing (zelf uitgeven) volgt, maar eerst stel ik je voor aan de cover van ... DODENWEG!


Ik ben verliefd!

To be continued...

Olga

zondag 9 juni 2013

Juichen en janken

Schrijven is juichen en janken, Olga. De ene keer denk je dat je een briljant werkje hebt getypt (juichen), terwijl je een dag later voelt dat het helemaal niets is (janken). Een tijdje geleden zei Renate Dorrestein tijdens een masterclass schrijven dat zij nog iedere dag twijfelt aan haar schrijverij. Mooi. Want als Renate Dorrestein met haar geweldige oeuvre nog mag twijfelen aan zichzelf, mag ik dat – met m’n luizige schrijfseltjes - ook.

Ik merk dat ik vooral twijfel als mijn verhalen ‘naar buiten’ moeten. Als ik ze opstuur ter beoordeling en weet dat anderen ze gaan lezen. Onlangs schreef ik ‘Ondergronds’ voor de Friese bibliotheken. Een mini-thriller in acht delen waarbij de lezers de moordenaar kunnen ontmaskeren aan de hand van tips en eigen speurwerk. Dit moordspel loopt gedurende de hele maand juni (de maand van het spannende boek) en wordt net zo lang gepromoot. Dat betekent: lezers. Mensen die ik niet ken, mensen die mij niet kennen, mensen met een eigen mening en een kritische blik. Mensen die misschien wel heel lelijke dingen gaan zeggen over mijn verhaal.

Voordat ik het definitieve verhaal (versie nummer vijf) opstuurde naar de opdrachtgevers, vervloekte ik mezelf dat ik deze opdracht had aangenomen. Kan ik dit wel? Kan ik wel schrijver zijn? Wat nu als er heel rottige reacties komen? Dat de lezers er geen reet aan vinden en Ondergronds als slecht en onleesbaar bestempelen? Fuck zeg, hoe moet ik daar dan mee omgaan? Ik zag het scenario al voor me: de schrijver Ellen voor altijd verstopt onder een dikke vette steen, ‘gezegend’ met een eeuwige schrijversverlamming.  (Janken).
Twee dagen later sloeg de stemming om, in positieve zin. Toen ik de enthousiaste reacties van de opdrachtgevers kreeg en zag hoe mooi de app was geworden die het verhaal ondersteunt, maakte dat me best trots. Ik durf het verhaal zelfs te promoten via mijn eigen Facebook- en Twitterpagina. En ik ben achteraf heel blij dat ik deze mooie kans heb gekregen. (Juichen).

Dus ja: ik twijfel wel eens. Maar hoort dat niet gewoon bij het schrijverschap? Maakt het je niet een betere schrijver doordat je kritisch bent op je eigen werk? Voor de miljoenste keer die tekst even doorlezen om te beoordelen of het echt, echt, écht zo wel kan. Nog een beetje schaven, hier en daar wat schrappen, en noem het maar op. 
Zonder twijfel geen goed boek; ik geloof het graag.
Lekker doortwijfelen dus.

Olga, jij gaat je thriller Dodenweg zelf uitgeven. Vertel daar eens wat over. En: is de cover al klaar? Zien!!!

Groet,
Ellen


zondag 2 juni 2013

Klaagzang

Twijfels over de titel heb ik niet. Heel gek, als een idee in mijn hoofd rolt en blijft en hangt en trekt en duwt, net zolang tot ik ermee aan de slag ga, hoort daar een titel bij. Heeft een idee geen titel, is het geen goed idee.
Stom! Maar zo werkt het bij mij.
Dodenweg heette altijd Dodenweg. Punt.
De vertaling zou eerst Death Route gaan heten, heel letterlijk, maar daar kreeg ik vandeweek een inval over. CRASH! Dat wordt de titel, mocht die vertaling er ooit komen.
Het vervolg begon te sluimeren nog voordat ik de laatste scene op papier had. Ik wist waar Thomas en Fleur heen moesten en ik wist welke gruwelijke misdaden en walgelijke types ik de pagina's met hen wilde laten delen. En toen was er de titel.
Vader.
En ik wist dat het goed kwam.

Dit geldt trouwens ook voor mijn paranormal romance werk. Engelenveer heette Engelenveer. Engelenbloed heet Engelenbloed. En ... Nou ja, je snapt het wel.

Nee. Twijfels over de titel heb ik niet. Geen goede titel? Dan (nog) geen goed idee.

Ik twijfel tegenwoordig over het schrijven zelf.
Nu ik op het punt sta Dodenweg de wereld in te smijten in heus boekvorm (tegen betaling te koop, ergens eind juni) en in leesvorm (via smashwords eerst gratis dan tegen een geringe vergoeding), beginnen de 'cold feet'.
Is het wel wat?
Is het echt wel wat?
Misschien moet ik het toch uitbrengen onder pseudoniem? Stel dat mensen het bagger vinden, totale schijt, en dan hangt dan voor eeuwig mijn naam eraan. Google me en vindt:
Slechtste schrijfster van de eeuw!
VRE SE LIJK!
Zelfs het feit dat ik het gratis las, maakte het leed niet minder.
En van dat soort kritieken.

Daarbij zit ik midden in de afronding van mijn verhaal voor de Dark Romance verhalenwedstrijd en ook hier beginnen de twijfels. Is't wel wat. Etc. Etc.

En... Klap op de vuurpijl, ben ik bezig aan:
1. het herschrijven van mijn eersteling: Vervloekt.
2. het schrijven aan het vervolg van mijn (vooralsnog) one day fly Engelenveer: Engelenbloed.

Ook hier weer het gelijke liedje. Het wil gewoon niet. Het wordt niet goed (genoeg).

Of... schrijven... Het is meer piekeren. En dubben. En niets uit je handen laten komen. En met chocolade en wijn en (zelfgebakken, dat dan weer wel) koekjes achter de laptop zitten. Een leeg document voor me. En...
NIETS!

HEULEMAAL NIETS!

Ik vraag me af... Is dit nu dan writer's block?  Is dit het waar iedereen het over heeft? Het voelt zo... leeg. Treurig.
En, belangrijker nog, hoe kom ik d'r weer af?

Ellen, twijfel jij weleens? Niet zozeer aan jezelf, maar meer aan wat je geschreven hebt? En... Hoe ga jij daar dan mee om?

Olga
(blij dat ik deze blog dan toch eindelijk heb geschreven!)

donderdag 16 mei 2013

Titelstress

Wat ik van mezelf in mijn hoofdpersonages heb gestopt, vraag je. Zit er sowieso niet in al je fictieve karakters iets van jezelf? Ik bedoel: de personages die je bedenkt komen uit jou als schrijver voort. Jij hebt ze bedacht, ze zijn in jouw brein geboren. Kan het dan zijn dat er dan helemaal geen enkel kenmerk van jezelf in zit? Niks? Nada? Geen idee eigenlijk.

De beide hoofdpersonages in Spel hebben wel iets van mij, de een wat meer dan de ander. Ilse schrijft, wordt getriggerd door het duistere in mensen, is op z’n tijd lekker sarcastisch en heeft een grote mond, maar een klein hartje. Allemaal Ellen-kenmerken. Bouchra staat iets verder van me vandaan. Toch zijn er eigenschappen die we gemeen hebben. Ons doorzettingsvermogen, bijvoorbeeld, en die soms dromerige manier van naar het leven kijken.  

En je vraagt ook naar Fransje, de hoofdpersoon in het gelijknamige kinderboek dat ik heb geschreven. Ha! Fransje is negen jaar en de grootste etter die je maar kunt bedenken. Hij pest, plaagt en kwelt iedereen die op zijn pad komt. Fransje stopt kikkers in je drinken, beschiet vlekkeloze witte jasjes met rode besjes en duwt rattenkeutels tussen je brood. Fransje is zo'n snotjong dat vóór de gymles stiekem de schroefjes van het klimrek los schroeft en zichzelf dan ziekmeldt. Fransje laat machteloze dieren liters cola drinken, zodat ze dagenlang liggen te boeren en te ruften...
Fransje is verschrikkelijk. Euh… of Fransje op mij lijkt? Tuurlijk niet!

Genoeg over mijn hoofdpersonages. Even iets heel anders. Ik heb stress. Titelstress. Toen ik begon aan mijn thriller, wist ik nog niet precies waar het allemaal naartoe ging. Oké, ik had een globaal idee, een ruwe schets, en de schrijfsels die ik schreef sloeg ik op onder de noemer ‘thriller’. Stom, vond ik. Een écht boek, heeft een titel nodig, al is het in het begin nog maar een werktitel. En dus bedacht ik er eentje: Spel. Lekker makkelijk. Later kom ik wel met wat anders, hield ik mezelf voor. Maar dat ‘anders’ kwam maar nooit. En is er nog steeds niet. Damn!

Zou ik zelf een boek kopen met de titel ‘Spel’? Eerlijk? Neu. Ik word er niet warm van, hij sleept me niet mee, ik poep niet in mijn broek van spanning. ‘Spel’ triggert niet. En dus: titelstress! Spel heeft een andere naam nodig. Dringend. Want ik wil binnenkort wat uitgevers benaderen en dat doe ik natuurlijk het liefst met een rete-goeie titel. Eentje die ze gelijk van hun stoel beukt van geweldigheid.  
Maar letten uitgevers eigenlijk op de originaliteit van een titel? Of kan die titel ze geen moer schelen omdat deze toch vaak door henzelf wordt aangepast om promotionele redenen? Wat denk jij, Olga? En heb jij eigenlijk ooit getwijfeld aan de titel ‘Dodenweg’?

Ellen 

zondag 28 april 2013

Veerkracht

Motivatie. 

De online VanDale omschrijft het als 'beweegreden' of 'drijfveer'. 
Bewegen. Veer. In beide synoniemen zit voor mijn gevoel roering. Beweging. Het tegenovergestelde van stil staan. Van niet vooruit komen.
Net als jij haal ik mijn motivatie uit degenen die mijn hersenspinsels lezen. Aan hen die reacties geven. De lezer die zegt dat ze verder wil lezen. Of degene die aangeeft dat het verhaal te kort, te snel, te weet-niet-wat is. Daar ga ik over nadenken. Kan het beter? Ja natuurlijk. Altijd. Maar vind ik het goed? Ja. Dus!

Maar ook in die beweging zit mijn motivatie. In de veerkracht die ik krijg van het schrijven. In de escape uit het dagelijkse leven. Een leven dat veelal geen happy end heeft. Waar ik geen controle over heb.

Juist in het creëren van die eigen wereld, van het kneden van personages en conflict, daar krijg ik inspiratie en motivatie van. En zin! Om verder te schrijven.

In alle karakters die ik maak, zit iets van mij. In Fleur zit mijn recalcitrantie, mijn nog altijd aanwezige kinderlijke onnozelheid. In Thomas zit mijn kracht. Mijn drijfveer om boven mezelf uit te steken. En mijn onzekerheid.

In Lilith (mijn personage uit Engelenveer en het vervolg, Engelenbloed) zit mijn sarcasme en mijn moeite met autoriteit. En in Gabriël... Ja in Gabriël zit mijn diep verborgen geloof in het onverklaarbare, in het 'hemelse'.

Mijn personages motiveren me. Mijn lezers motiveren me. De escape motiveert me. Het idee dat gelezen wordt wat zich in mijn hoofd afspeelt en dat mensen, vreemde mensen, mensen die misschien in het echte leven werelden van mij afstaan, daar evenveel plezier en escape uithalen als ik... Dat motiveert me.

Wat ik me afvroeg, Ellen, wat heb jij eigenlijk van 'jezelf' in Bouchra en Ilse gestopt? En wat van jezelf in Fransje?

Groet!
Olga.

dinsdag 23 april 2013

Op een Kollumerpomps nachtkastje...

Is het erg als je niet weet door wie je precies gelezen wilt worden? Ik heb er namelijk niet zo één, twee, drie een perfect plaatje bij. Tuurlijk, als ik mocht kiezen, zou ik voor de hele wereld gaan. Dat ze van Kollumerpomp tot Timboektoe mijn thriller Spel op het nachtkastje hebben liggen. Zou wat zijn…

Lezers hebben is trouwens leuk, wie ze ook zijn. Toen ik een jaar of tien was kreeg ik van mijn ouders mijn eerste typmachine, zo’n grijs, plastic geval. Avonden achtereen typte ik me het eelt op de vingertjes. Gedichten, korte verhalen, sprookjes die ik dan mocht voorlezen aan mijn klasgenootjes. Zij waren mijn eerste lezers, oké: toehoorders. Prachtig vond ik dat. Later, op de middelbare school, verkocht ik zelf in elkaar geschreven en geplakte mini-boekjes op het schoolplein. Dubbeltje per stuk, met titels als ‘Kim is verliefd’, ‘Sasha is het zat’ en ‘Waarom ik?’. Ik had een paar vaste afnemers die, als je het zo bekijkt,  mijn eerste betalende lezers waren. Rijk werd ik er niet van, maar dat hoefde ook niet. (Hoeft nog steeds niet, mag wel.)

En oh my god wat was ik door het dolle heen toen mijn allereerste artikeltje werd gepubliceerd in het Friesch Dagblad, waar ik mijn journalistieke stage liep. Dit en de volgende stage-artikelen werden met veel gevoel uitgeknipt en in een plakboek geplakt. Ik schreef en er waren mensen – wildvreemden (!) – die mijn teksten lazen. Wat een geweldig leven.

Nu, dertien jaar later, ben ik nog altijd blij met de mensen die de moeite nemen om mijn verhalen te lezen. Ik vind het een eer. Want jeutje, lezen kost tijd en tegenwoordig heeft niemand meer tijd en…  blablabla. Lezers maken me gelukkig als ze zeggen dat ze mijn verhaal mooi vinden. Of wanneer ze het uitprinten om het door te geven. Of als ze vragen wanneer er meer komt.  

Lezers zijn belangrijk. Ze motiveren me. Zonder lezers blijven mijn verhalen misschien wel een nietszeggende verzameling letters. ‘De lezer maakt jouw boek’, zei Ronald Giphart onlangs tijdens een masterclass schrijven. ‘De lezer creëert een beeld bij wat jij hebt geschreven.’ Giphart liet ons de zin ‘Een klein vervallen station’ opschrijven. En ja: die vier woorden roepen bij iedereen een ander beeld op. Kun je nagaan hoe dat met een heel boek werkt. Onze boeken, Olga, creëren dus evenveel beelden als er lezers zijn. Honderd lezers betekent honderd verschillende interpretaties betekent honderd verschillende boeken. Hoe cool is dat?
 
Het boek Spel dat op een Kollumerpomps nachtkastje ligt, is weer anders dan het boek Spel op een Timboektaans nachtkastje. (Klopt, ik loop op de zaken vooruit. Spel ligt op nog helemaal niemands nachtkastje. Ik moet nog herschrijven, een uitgever zoeken en al die toestanden meer, dus dat van die nachtkastjes is een regelrechte leugen.)

Lezers motiveren me. Wat motiveert jou? 

Groet,
Ellen